Home
Algemene Info
Punta Cana
Ontspanning
Duiken
Hotels
Vliegtickets
Promoties
Links



Untitled Landschap

Het landschap van de Dominicaanse Republiek is zeer veelzijdig, van tropisch regenwoud via alpiene bergstreken tot woestijnachtige droogtegebieden. Imposante gebergten lopen over het eiland en verdelen het in klimatologisch verschillende gebieden.

Van noordwest naar zuidoost lopen over de Dominicaanse Republiek vijf vrijwel parallelle bergruggen: de Cordillera Septentrional, de Cordillera Central (ook wel genoemd: ‘Dominicaanse Alpen’), de Cordillera Oriental, de Sierra Neiba en de Sierra de Bahoruco.

Het belangrijkste bergmassief is de Cordillera Central, die het land in tweeën splitst, een noordelijk en zuidelijk deel. Hier liggen ook de hoogste bergen, met de Pico Duarte als hoogste top met 3175 meter. De Pico Duarte is tevens de hoogste berg in de Caribische regio. Een ander hoge berg is de Loma la Rucilla (3045 m). Naar het oosten gaat de Cordillera Central over in de kustvlakte van Santo Domingo. Het gebergte sluit in het westen aan op het Massif du Nord in Haïti. Ten noorden van de Cordillera Central ligt de Cordillera Septentrional, een middelgebergte (hoogste top: Loma Quita Espiela, 943 m), die een natuurlijke scheiding vormt tussen de noordelijke kuststrook en het achterland.

De Cordillera Oriental ligt in het oosten en is de kleinste van de drie bergruggen. Het is meer heuvelachtig en vormt de scheiding tussen de Bahía de Samaná en de kustvlakte. Het vormt een belangrijk waterreservoir en is het brongebied voor de grootste rivieren.

In het zuidwesten liggen twee kleinere bergketens: de Sierra de Bahoruco en de Sierra Neiba. Niet ver hier vandaan licht het woestijnachtige landschap rond het Lago Enriquillo. Tussen de Cordillera Central en de Cordillera Septentrional ligt de zeer vruchtbare Cibao-vallei of Valle del Cibao, waarvan het zuidoostelijke deel, de Vega Real, het belangrijkste landbouwgebied van het land is.

De Valle de San Juan ligt aan de zuidkant van de Cordillera Central en is veel droger dan de Valle del Cibao. De provincies Independencia en Barahona worden in oost-westelijke richting doorsneden door een woestijnachtig slenkdal met zoutmeren, onder andere het befaamde Enriquillomeer, 42 km lang, 12 km breed, 40 meter diep, en daarmee de grootste binnenzee van het Caribisch gebied. Het meer was oorspronkelijk een zeearm die het huidige schiereiland Baoruco scheidde van het vasteland. Het ontstond door aanslibbing van spoelzand dat de rivieren uit de Sierra de Neiba en de Sierra de Ocoa meevoerden. Het meer ligt dus ca. 40 meter onder zeeniveau en is daarmee het laagste punt in het Caribisch gebied. In het meer liggen enkele eilandjes, waaronder Isla Cabritos. Hiermee doe zich het merkwaardige feit voor dat zich in de Dominicaanse Republiek zowel het hoogste (Pico Duarte) als het laagste punt van het Caribisch gebied bevindt.

De Río Yaque del Norte, de grootste rivier van het land (ca. 300 km) die gedeeltelijk bevaarbaar is, en de Río Yuna stromen door de Cibao-vallei. De Río Artibonité stroomt zuidwestwaarts naar Haïti door de Valle de San Juan. De Río Yaque del Sur en de Río Ozama stromen richting zuiden en zorgen voor de afwatering in de Valle de San Juan. In de Cueva de la Pequera (‘vissersgrot’) ontspringt de kortste rivier ter wereld. Al na een paar meter mondt dit riviertje uit in de zee. De grot ligt in het nationale park Los Haïtises.

De Dominicaanse Republiek heeft de meeste en mooiste stranden van het Caribisch gebied, zowel langs de Atlantische Oceaan als de Caribische Zee. Er zijn kilometerslange stranden maar ook kleine, door groen en rotsen omringde strandjes. Sommige schitterend gelegen stranden worden nog nauwelijks bezocht door toeristen. Volgens de Dominicaners zelf telt de republiek 43.330 stranden en strandjes.

Ook de eilandjes voor de kust hebben vaak prachtige stranden. Enkele van die eilanden zijn La Matica, Isla Beata, Isla Catalina, Isla Saona, Cayo Levantado, een eiland in de Baai van Samaná in het noordoosten, en de cayos Siete Hermanos, een groep van zeven kleinere eilanden.

Isla Catalina, een koraaleiland voor de kust bij La Romana, is tot beschermd gebied verklaard en onderdeel van het Parque Nacional del Este. Om een groot deel van het eiland loopt een rif. Ook Isla Saona (117 km2 en ca. 1000 bewoners) behoort tot het bovengenoemde nationale park.